Het bezoek aan Japan begint bij de EMB dagbesteding van Iruka.
Wat een hartelijke ontvangst. De kleine ruimte is versierd met Nederlandse teksten en tekeningen gemaakt door de clienten en begeleiders. Er is een Nederlandse playlist gemaakt met het Wilhelmus en voetbal-liedjes van Wolter Kroes. Na iedereen ontmoet te hebben wordt de lunch geserveerd. Voor deze gelegenheid heeft de kok zijn best gedaan om een Nederlandse lunch te maken. Die bestaat uit stamppot met spek, erwtensoep, bami goreng en een omelet. Ook hier de bekende scharen waarmee het eten klein wordt geknipt. Het is nu pieken, met z’n allen zorgen we er voor dat iedereen lekker eet. Na het eten gaat iedereen uitbuiken en worden de muziekinstrumenten er bij gehaald. We maken muziek tot de clienten aan het einde van de middag met de taxi-busjes worden opgehaald.
Alles gebeurt in en met de groep. Er zijn twee moeders van clienten om te helpen met de lunch. Clienten helpen elkaar met eten wanneer ze dat kunnen en begeleiders zijn druk met het bereiden van clienten naar het enige toilet in de ruimte. Geen tilliften hier. Een begeleider pakt de client onder z’n armen, de ander tilt ‘m op bij z’n knieën en zo wordt iedereen verplaatst. Hard werken. Maar niemand klaagt. Natuurlijk heeft het harde werken ook met de cultuur te maken maar de medewerkers vertellen me dat het werk hier zoveel energie geeft dat dit de reden is om juist bij Iruka te werken.
Ik vraag aan Seichi of de zorginstellingen in Osaka contact met elkaar hebben. Dat is het geval, maar kennis er ervaring wordt niet uitgewisseld. De Japanse overheid zien de dagopvangcentra voor mensen met een verstandelijke beperking als commerciële ondernemingen. Er is veel kleinschaligheid en onderling is er een sterke concurrentiebeleving. De sector heeft zich niet verenigd in koepels of iets wat lijkt op onze VGN. Op mijn vraag waarom dat niet zo is wordt geantwoord dat dit een taak voor de overheid is en niet voor de sector. Ik ga de komende dagen eens onderzoeken of die gedachte breder leeft dan alleen bij Iruka.
Ik vraag aan Seichi of de zorginstellingen in Osaka contact met elkaar hebben. Dat is het geval, maar kennis er ervaring wordt niet uitgewisseld. De Japanse overheid zien de dagopvangcentra voor mensen met een verstandelijke beperking als commerciële ondernemingen. Er is veel kleinschaligheid en onderling is er een sterke concurrentiebeleving. De sector heeft zich niet verenigd in koepels of iets wat lijkt op onze VGN. Op mijn vraag waarom dat niet zo is wordt geantwoord dat dit een taak voor de overheid is en niet voor de sector. Ik ga de komende dagen eens onderzoeken of die gedachte breder leeft dan alleen bij Iruka.
Reacties
Een reactie posten